Criminelenknuffelaars
“Ik denk dat ik, bij het horen van alle zorg voor gevangenen, aan de andere kant van het bootje wilde gaan hangen. Daarom drukte ik me zo stevig uit. Het woord ‘criminelenknuffelaars’ kwam, in mijn boosheid, in me op.”
Categorie: Column
Dit zei Gonda den Engelsman begin januari op ons kantoor bij de onthulling en overhandiging van haar schilderij. Een gevangene, gezien op de rug en achter tralies, starend naar buiten, naar een zee van licht. Ze had het geschilderd op verzoek van een onbekende weldoener. Bij een bezoek aan haar atelier zag hij de schets van een vrij werk en hij zag daar een beeld in van het werk van Gevangenenzorg. Het liet hem niet los en daarom vroeg hij Gonda de schets uit te werken in een schilderij “voor alle werkers van Gevangenenzorg Nederland voor de gedrevenheid en trouw waarmee zij – soms in betekenisvolle woorden, maar vaker nog door eenvoudig nabij te zijn – sporen van licht nalaten, zowel tussen de tralies als bij hen die achterblijven”.
Het doek is geschilderd door iemand die slachtoffer is van het meest ingrijpende wat je kan treffen. Ruim twintig jaar geleden werd de man van Gonda bij een roofoverval op hun zendingspost in Nigeria om het leven gebracht. Gonda bleef achter met vier jonge kinderen. Het doek hangt in de keuken van Gevangenenzorg. Het is als een spitse pilaar (Jeremia 31) om te beseffen dat detentie-diaconaat alleen kan bestaan bij de gratie Gods, vanwege de middelste Misdadiger, zoals Gonda dichtte:
Gevangen in het licht,
geboeid door de verste verte,
– zo zie ik hem staan –
vastbesloten tot nooit meer:
dit nooit meer.
Maar behaalde resultaten uit het verleden
bieden geen garantie voor de toekomst.
Behoudens dit:
dat de winst van de middelste Misdadiger,
eeuwen geleden,
hangend aan een hout,
de waarborg is en vrijheid verzekert.
Dat ik dit alles dichten wil,
zegt niet dat het te rijmen valt. ■
Detentie diaconaat kan alleen bestaan bij de gratie Gods
