
Proponent L. (Ludo) Hartog (25) uit Brandwijk is sinds juni beroepbaar. Hij is lid van de hervormde gemeente te Molenaarsgraaf en liep tijdens zijn studie stage in de hervormde gemeenten van Ameide en Ridderkerk (Singelkerk). Hartog is ervan overtuigd dat het Evangelie nog altijd zeggingskracht heeft.
U hebt een jarenlange studie theologie achter de rug. Wie of wat heeft u daarin het meest gevormd?
“Misschien was dat Augustinus wel. Door hem kreeg ik scherper zicht op de betekenis van zonde. Zonde is niet allereerst een foute daad, maar de verkeerde gerichtheid van het hart. In plaats van God als Allerhoogste te eren en al ons geluk van Hem te verwachten, zetten we onszelf op de troon en zoeken we het geluk in van alles en nog wat. Dit inzicht hielp mij om de zonde in mijn eigen leven scherper te gaan zien, en zo ook om het in preken aan de orde te kunnen stellen. Wat is het dan heerlijk bevrijdend om te verkondigen dat de HEERE God is, en dat er rust te vinden is door Hem je Heer te laten zijn.”
Hoe is bij u het verlangen gegroeid om predikant te worden?
“Ik ging theologie studeren met het verlangen om predikant te worden. Tijdens mijn studie ben ik sterker overtuigd geraakt van de bevrijdende waarheid en relevantie van het christelijk geloof, ook voor de praktijk van alledag. Ik voel me sterk gedrongen om van Gods liefde en genade te getuigen, aan wie het maar wil horen.”
Uit welke Bijbeltekst, -verhaal of lied put u kracht?
“Tot voor kort was ik lid van een kleine, behoudende afsplitsing van de gereformeerd-vrijgemaakte kerken. Daar werd sterk benadrukt dat je als kerken verantwoordelijkheid draagt voor elkaar. In die visie is het principieel onmogelijk lid te zijn van een brede kerk als de PKN. Mijn eigen weg werd echter juist naar deze kerk geleid, maar ik worstelde met mijn eigen verantwoordelijkheid. Toen ontdekte ik wat Christus zegt tegen de gemeente van Thyatira, waar een dwaallerares haar gang kon gaan. Hij spreekt de gemeente streng toe. Er zijn in de gemeente echter ook mensen die Hem trouw gebleven zijn. Hun wordt maar één opdracht gegeven: “Houd vast aan wat u hebt totdat Ik kom” (Openb. 2:25). Deze ontdekking was ontzettend bevrijdend voor mij. In de brede PKN mag ik vasthouden aan wat ik ontvangen heb, trouw mijn roeping vervullen op mijn eigen plek, en al het andere aan God overlaten. Dat geeft rust!”
Wat spreekt u in het gereformeerde belijden aan, en wat heeft dat vandaag de kerk en de gelovige te zeggen?
“Het sola scriptura dat ons telkens terugroept naar de Schriften om Gods stem te verstaan. Wanneer we theologie uit het verleden herhalen zonder opnieuw naar de Bijbel te luisteren, zeggen we in deze tijd niet hetzelfde als onze gereformeerde voorouders. De belijdenisgeschriften dringen aan op een voortdurende ontvankelijke en nederige luisterhouding en het gebed om de Geest om te horen wat God vandaag tot ons zegt.”
Waar ziet u het meest naar uit als u straks in het ambt mag dienen?
“Ik zie het meest uit naar een ‘eigen’ gemeente. Weten wie je voor je hebt op zondag, meelopen met en van betekenis zijn voor mensen, ontdekken hoe God aan het werk is binnen en buiten de kerk. Ik zie het echt als een voorrecht om in de werkplaats van de Geest mee te lopen en hoop dat ik met mijn gaven een bijdrage mag leveren aan de opbouw van de kerk.”
